Internetconsultatie: Besluit Veilige Jaarwisseling

Dus als ik het goed begrijp.....

- Landelijk verbod is definitief vanaf volgend jaar?
(Hoewel alle fracties aangaven dit nooit te zullen invoeren..... bleek een leugen te zijn)

- Geneuzel over de "ontheffingsmogelijkheid" blijft over, een zoethoudertje wat op een flinke sisser zal uitdraaien.
Geen burgemeester die daaraan zijn handen wil vuilmaken, al zeker niet op lange termijn.

Nou dan zijn we flink genaaid.
 
Dus als ik het goed begrijp.....

- Landelijk verbod is definitief vanaf volgend jaar?
(Hoewel alle fracties aangaven dit nooit te zullen invoeren..... bleek een leugen te zijn)

- Geneuzel over de "ontheffingsmogelijkheid" blijft over, een zoethoudertje wat op een flinke sisser zal uitdraaien.
Geen burgemeester die daaraan zijn handen wil vuilmaken, al zeker niet op lange termijn.

Nou dan zijn we flink genaaid.
Nee, nog niet definitief.
Ontheffingsmogelijkheid is een voorstel waar ik nog van alles aan kan veranderen.
 
Nee, nog niet definitief.
Ontheffingsmogelijkheid is een voorstel waar ik nog van alles aan kan veranderen.
Heb nog is naar het internetconsultatie zitten kijken, maar wat daar staat kan toch ook niet. Of alles blijft bij het oude maar de burgermeester wijst een plek aan, leuk met al die cakes achter me en een enkeling neemt heus wel illegaal knalgerei mee. Of met kvk, verzekering, en supervisors en weet ik het wat. Blijft achterlijk dat dit zo moet. Gisteren was er weer een agent mishandeld dat blijft men houden en is het een gezagsprobleem en verharding maatschappij. Maar goed gaan het meemaken volgend jaar maar het echte probleem word toch steeds zichtbaarder richting hulpverlening toe.
 
Valt me op dat z'n beetje 95 procent het een belachelijke wetgeving vindt waarbij de meeste wel de vinger op de zere plek durven te leggen.
 
Zelfs al zou je er 10.000 halen,dan nog geloof ik niet dat dat verschil gaat maken.
Wat bij den haag in de kop zit,zit niet in dr kont,ofwel eenmaal iets besloten dan komen ze er nagenoeg niet meer op terug.
(en ja ik heb desondanks ,zelf ook al een reactie gedumpt daar,via de link,in de ijdele hoop dat iemand nog een portie gezond verstand terug vind daar en het voorstel,stopt)
 

Wat de overheid ermee doet:​

  • Verwerken van Reacties: De betrokken ministeries bekijken alle binnengekomen reacties en suggesties.
  • Verbeteren van het Voorstel: De reacties kunnen leiden tot aanpassingen en verbeteringen in het concept wetsvoorstel of de regelgeving, bijvoorbeeld om de uitvoerbaarheid of de kwaliteit te vergroten, of om onbedoelde gevolgen te voorkomen.
  • Transparantie: Het doel is om het wetgevingsproces transparanter te maken en de betrokkenheid van de samenleving te vergroten.
  • Terugkoppeling: Nadat de consultatie is gesloten en er besluiten zijn genomen, publiceert het ministerie meestal een verslag waarin op hoofdlijnen wordt uitgelegd:
    • Wat de resultaten van de consultatie waren.
    • Hoe de reacties in het voorstel zijn verwerkt (of waarom bepaalde suggesties niet zijn overgenomen).
    • Dit verslag is vaak terug te vinden op de website internetconsultatie.nl en in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel.
 
Reactie vuurwerkcheck:

Reactie op de internetconsultatie:

Besluit Veilige Jaarwisseling Inleiding Wij onderschrijven het waarborgen van veiligheid, beperking van overlast en behoud van traditie. Tegelijkertijd constateren wij dat het met de internet consultatie aangeboden besluit op meerdere punten leidt tot onduidelijkheid, extra regeldruk en uitvoeringsproblemen. Wij lichten deze punten hieronder toe en doen suggesties voor verbetering.

1. Scenario’s voor vuurwerk afsteeklocaties
Voor vuurwerkverkooppunten en -organisaties is scenario 1 de meest werkbare oplossing. Hoewel grotere aantallen bezoekers op één terrein aandacht vragen voor veiligheid, biedt dit scenario belangrijke voordelen:
• Gemeenten kunnen een terrein aanwijzen dat aan de veiligheidsvoorwaarden voldoet.
• Toezicht wordt eenvoudiger doordat er sprake is van één centrale locatie.
• Opslag, aflevering en kwaliteitscontrole blijven geborgd onder toezicht van erkende verkooppunten.

Wanneer legale verkooppunten verdwijnen, ontstaan juist nieuwe veiligheidsrisico’s:
• Ongecontroleerde en onveilige opslag;
• Handel in illegaal, zwaarder vuurwerk;
• Permanente verkoop (365 dagen per jaar) met meer overlast.
Het behoud van gecontroleerde verkooppunten is daarom cruciaal voor de veiligheid.

Nadeel van dit scenario is dat groepen mensen dan door het dorp / de stad trekken, wat naar de afsteeklocatie. Dus veel transportbewegingen met vuurwerk en een concentratie van vuurwerk afstekende mensen waardoor de kan op letsel mogelijk toeneemt.

2. Algemeen beeld van de regeling
De huidige opzet doet geen recht aan de intentie van initiatiefneemster mevrouw Bikker om de vuurwerktraditie in aangepaste vorm te behouden. De regelgeving is zó complex dat het risico bestaat dat de AMvB vooral symbolisch wordt, in plaats van een werkbaar alternatief te bieden.

Daarnaast leidt de voorgestelde decentrale uitwerking ertoe dat gemeenten eigen beleid kunnen voeren. Daarmee ontstaat opnieuw een lappendeken aan regels, precies wat de wet wilde voorkomen. De beoogde invoeringsdatum (1 oktober 2026) biedt bovendien weinig tijd voor het ontwikkelen van lokale procedures en het indienen van ontvankelijke aanvragen.

Wat verder ook belangrijk is, is dat Europa bezig is met nieuwe regelgeving voor F1 en F2 vuurwerk om de regels in heel Europa gelijk te trekken. Handhaving wordt makkelijker omdat in de gehele aanvoerketen dezelfde regels van toepassing zijn. Nederland is nu zelf iets aan het bedenken, en wederom wijkt Nederland af van de Europese regels. In de Europese gedachte en het streven naar eenduidige regelgeving is het verstandig om de wet veilige jaarwisseling niet in te laten gaan en aansluiting te zoeken bij de nieuwe Europese aanpak / afspraken, een idee dat de Europa gerichte grootste partij van Nederland, D66, als muziek in de oren moet klinken.

3. Termijnen en aanvraagprocedures
Elke gemeente mag zelf bepalen hoe een ontheffingsaanvraag wordt ingediend. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid en gebrek aan uniformiteit. In het concept ontbreken bovendien duidelijke termijnen voor de aanvraag, beoordeling en verlening. Wij adviseren om landelijke richtlijnen en termijnen vast te leggen in het besluit.

4. Aflevering en verkoop
Het besluit stelt drie verkoopdagen vast, maar beperkt aflevering tot 31 december tussen 12:00 – 18:00 uur. Dat is verwarrend: drie verkoopdagen suggereren ruimere mogelijkheden. Daarnaast is het praktisch noodzakelijk dat bestellingen ruim vóór de verkoopdagen worden geplaatst, omdat de schietlijst bij de melding moet worden ingediend. Bestellingen op 29 of 30 december zijn dan feitelijk onmogelijk.

Wij stellen voor dat bestellingen die vóór de ontheffing zijn gedaan en op de schietlijst staan, als rechtsgeldige aankoopverplichtingen gelden zodra de ontheffing wordt verleend.
De verplichting om artikelen kosteloos terug te nemen is eveneens problematisch.
• Verkooppunten moeten dan het hele jaar verzekerd, ingericht en geopend blijven.
• Transport van onverpakte artikelen is risicovol.
• De eis om op 1 januari open te zijn, terwijl retouren onzeker zijn, legt onnodige lasten op. Ook het jaarlijks herhalen van de Bibob-procedure voor verkooppunten is onwenselijk.
De bestaande bevoegdheden in de APV volstaan om misbruik of ongewenst gedrag aan te pakken.
Bovendien nemen de administratieve lasten verder toe, wat het voortbestaan van legale verkooppunten bedreigt.
Wat gebeurt er als er uiteindelijk geen verkooppunten meer overblijven?
Dan kunnen ontheffing houders geen legaal vuurwerk meer verkrijgen — dat ondermijnt de hele opzet van de wet.

5. Schietlijsten en vervangende artikelen
In de huidige tekst is geen regeling opgenomen voor vervangende artikelen. Wanneer een artikel op de schietlijst niet leverbaar is, moet het mogelijk zijn een gelijkwaardig alternatief (met vergelijkbare gevarenklasse) te gebruiken.

6. Toezicht en handhaving
Hoewel de burgemeester bevoegd gezag is, ontbreken aanwijzingen over de inzet van toezichthouders. Gezien de beperkte capaciteit bij politie en de afwezigheid van BOA’s na 22:00 uur is dit een kritieke factor voor de uitvoerbaarheid. Het ontbreken van handhavingscapaciteit mag echter geen grond zijn om ontheffingen te weigeren.

7. Vuurwerkshows en ontstekingsmethoden
Er zou geen beperking moeten gelden voor het aantal shows. Veel verenigingen organiseren bijvoorbeeld een vroege kindershow en een show rond middernacht.
Wij stellen voor maak het mogelijke meerdere shows van elk maximaal 200 kg tussen 18:00 en 02:00 uur toe te staan.
De verplichting om uitsluitend met een aansteeklont te ontsteken is achterhaald. Er bestaan veiligere ontstekingssystemen die geen bewerking van vuurwerk vereisen. Laat de keuze voor de ontstekingsmethode over aan de vereniging, met als voorwaarde dat het vuurwerk niet wordt gemodificeerd.

8. Eisen aan aanvragers
De eis van een VOG is ingrijpend, maar indien toegepast moet worden aangesloten bij de opzet voor de professionele vergunninghouders. Een verkeersovertreding mag geen weigeringsgrond zijn. Daarnaast is het verkrijgen van een aansprakelijkheidsverzekering zeer lastig omdat veel verzekeraars dit risico uitsluiten. Wat resteert zijn dure, soms onbetaalbare opties. Het advies van de burgemeester om een aanvullende vergunning te nemen, mag geen feitelijke verplichting worden.

9. Veiligheidszones en supervisie
In eerdere concepten werden afstanden van 15, 40 en 60 meter genoemd; in het huidige ontwerp staan deze als “PM” vermeld. Als de oorspronkelijke afstanden worden gehandhaafd, zullen weinig terreinen voldoen. Daarnaast is onduidelijk wat de maximale oppervlakte per supervisor is. Om discussies te voorkomen, verzoeken wij deze norm vast te leggen in de AMvB.

10. Evenementenvergunning en regeldruk
De administratieve last voor verenigingen en stichtingen is buitensporig hoog. De vereisten voor lokale ontbrandingen zijn vrijwel gelijkgesteld aan die voor professionele vuurwerkshows, terwijl het gaat om kleinschalige, lokale tradities. De bedoeling was juist om de vuurwerktraditie op bescheiden wijze te behouden. Voor niet-professionele verenigingen zonder ervaring met vergunningprocedures is deze opzet nauwelijks uitvoerbaar.
Wij vragen om een vereenvoudigde, proportionele vergunningprocedure.

Conclusie:
De intentie van het besluit – een veilige en beheerste jaarwisseling – wordt gedeeld. Echter, de huidige opzet leidt tot nieuwe risico’s, uitvoeringsproblemen en verlies van draagvlak.
Wij pleiten daarom voor:
• Keuze voor scenario 1 met gecontroleerde verkooppunten;
• Landelijke uniformiteit in regels en termijnen;
• Praktische uitvoerbaarheid voor verenigingen;
• Reductie van regeldruk en administratieve lasten;
• Realistische eisen aan toezicht, verzekering en afstanden.

Zo kan de wet werkelijk bijdragen aan een veilige, uitvoerbare en gedragen jaarwisseling.

Daarnaast stellen zij de volgende vragen:

1 Heeft de minister contact gehad met de initiatiefnemers over de ontheffingen?

2 Wat zijn de best practises opgedaan in de 19 steden met een lokaal afsteekverbod?

3 Er wordt aangegeven dat er legaal vuurwerk wordt gebruikt tegen de politie wij willen graag weten welk soort vuurwerk dat betreft en hoe dat tegen de politie is gebruikt?

4 In het licht van de nieuwsberichten over structurele tekorten bij de politie zijn wij benieuwd naar de beschikbare handhavingscapaciteit ? (Er moet 8 uur langer gehandhaafd worden en bij verleende ontheffingen aan verenigingen ontstaat extra handhavingsbehoefte).

5 Heeft u zicht op het aantal burgemeesters dat bereid is om ontheffing te verlenen aan verenigingen?

6 Kan de minister het verslag van de bond van burgemeesters overleggen aangaande het verlenen van ontheffingen?

7 We missen een evaluatiebepaling komt deze er nog in en na hoeveel jaar vindt de evaluatie dan plaats?

Met vriendelijke groet,
VuurwerkCheck
28 november 2025 Emmen
 
"Er bestaan veiligere ontstekingssystemen die geen bewerking van vuurwerk vereisen. Laat de keuze voor de ontstekingsmethode over aan de vereniging, met als voorwaarde dat het vuurwerk niet wordt gemodificeerd.'

Godallejesus...dus gebruik van ematches om de boel goed getimed, veilig en betrouwbaar vanaf een afstand te onsteken is verboden? priemen+ematches = vuurwerk bewerken. Ik vind 200 kg inclusief verpakkingen etc ook vrij weinig voor een showtje van betekenis.

"3 Er wordt aangegeven dat er legaal vuurwerk wordt gebruikt tegen de politie wij willen graag weten welk soort vuurwerk dat betreft en hoe dat tegen de politie is gebruikt?"

Dit vind ik wel een hele goeie want hiermee wordt altijd geschermd zonder daadwerkelijke onderbouwing. Ik wil niet beweren dat het niet voorkomt, ik twijfel wel enorm aan de schaal waarop dit gebeurd. Dat argument is niet verifeerbaar en ik denk ook eerlijk gezegd dat het onzin is. Raddraaiers die met single shots op de politie schieten?? Wordt leuk als ze straks bij gebrek aan beter weer over stappen op lawinepijlen ..

Uiteraard wil elke freak dolgraag bij zon vereniging. Maar ik denk dat de mensen met contacten en vooral lokaties zelf clubjes kunnen vormen en dat het een incestueus gebeuren gaat worden.

Ergens hoop ik dat deze hele onzin gewoon grandioos mislukt en we met een onbeheersbare oud en nieuw komen te zitten vol chaos, grootschalige illegale vuurwerkhandel , volle ziekenhuizen en het gebruik van alleen maar zwaar vuurwerk bij ongeregeldheden...

Er is echt een zeer grote groep mensen in Nederland die keurig conform alle regels oud en nieuw vierden en nu gezellig met een glaasje ranja veilig achter het glas mogen gaan zitten , ik ben echt woedend dat me dit wordt afgepakt..
 
Laatst bewerkt:
En als we toch bezig zijn dan ook "even" de HLVL reactie kopiëren (opmaak raakte volledig vernaggeld vanuit de PDFs):

Inleiding
Deze consultatiereactie van Stichting HVLV richt zich op de uitwerking van de ontheffingsmogelijkheid uit het amendement Bikker in het ontwerp van de AMvB ‘Besluit veilige jaarwisseling’. De stichting stelt in deze reactie vragen die bedoeld zijn om inzicht te krijgen in de gemaakte beleidsmatige keuzes, de onderliggende motivering en de verwachte uitvoeringspraktijk. Zij vraagt het ministerie om verduidelijking van punten die van belang zijn voor de praktische toepasbaarheid van de regeling voor burgerinitiatieven.


1. Laagdrempeligheid en de eis van KvK-inschrijving
In de AMvB wordt uitgegaan van een verplichte inschrijving in het Handelsregister voor aanvragers van een ontheffing. Dit roept de vraag op hoe het ministerie deze keuze heeft getoetst aan de bedoeling van het amendement Bikker om een laagdrempelig alternatief te bieden voor georganiseerde burgerinitiatieven die niet noodzakelijkerwijs in een formele rechtsvorm opereren.
Het ontwerp bepaalt bovendien dat een vereniging uitsluitend een ontheffing kan aanvragen in de gemeente waarin zij volgens de KvK is ingeschreven. Dit lijkt een aanvullende drempel te vormen, zeker in grotere gemeenten met meerdere kernen of wijken, waar lokale initiatieven soms niet aansluiten bij de formele vestigingsplaats van de vereniging. Het is niet duidelijk of een vereniging in dat geval meerdere ontheffingen in verschillende gemeenten zou mogen aanvragen, of dat initiatieven binnen hetzelfde gemeentelijke grondgebied onder verschillende kernen strikt zouden worden beperkt door de formele vestigingsplaats. Kan het ministerie toelichten hoe deze bepaling zich verhoudt tot het doel van toegankelijkheid en waarom is gekozen voor een geografische koppeling aan de KvK-inschrijving als harde randvoorwaarde?
Daarnaast vraagt dit om verduidelijking over welke minder beperkende mogelijkheden zijn onderzocht om identiteit en verantwoordelijkheid van aanvragers te borgen. In hoeverre is overwogen om een gemeentelijke registratie, een aanwijzing van een verantwoordelijke persoon of een door de gemeente geaccepteerde contactstructuur te hanteren? En wat waren de risico’s of uitvoeringsargumenten om dergelijke alternatieven niet in de AMvB op te nemen?


2. Interpretatie van het amendement Bikker en aansluiting op bestaande regels
Het amendement Bikker benadrukte de wens om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande regels voor particulieren. In het ontwerp van de AMvB wordt echter een systeem gekozen dat sterk leunt op bestaande professionele ontbrandingsregels. Dit roept de vraag op hoe het ministerie deze keuze heeft geïnterpreteerd ten opzichte van de bedoeling van het amendement. Kan het ministerie toelichten op welke momenten bewust is afgeweken van de particuliere systematiek en waarom deze afwijkingen beleidsmatig noodzakelijk werden geacht? Daarnaast is het relevant om te begrijpen of er een analyse heeft plaatsgevonden waarin de verschillen tussen het particuliere regime en het professionele regime zijn vergeleken op het gebied van risico’s, uitvoeringslast en handhaafbaarheid. Welke argumenten hebben geleid tot de uiteindelijke keuze om een model te hanteren dat dichter bij professionele normen ligt dan bij de bestaande regels voor particulieren?


3. Uniform zware eisen versus gedifferentieerde aanpak
De gekozen systematiek maakt geen onderscheid tussen kleinschalige burgerinitiatieven en grotere vormen van georganiseerde ontbranding. Het ontwerp voorziet in één uniforme set aan voorwaarden, waaronder uitgebreide veiligheidsplannen en organisatorische eisen. Dit roept de vraag op waarom het ministerie niet heeft gekozen voor een gedifferentieerd model waarin kleinere initiatieven worden ontlast door lichtere eisen. Daarnaast is het relevant te weten of er scenario’s zijn onderzocht waarin een tweesporenmodel werd gehanteerd. In hoeverre zijn alternatieven overwogen waarbij kleinschalige groepen met beperkte hoeveelheden vuurwerk onder een vereenvoudigd regime zouden kunnen vallen, terwijl grotere initiatieven onder een zwaarder regime zouden worden geplaatst?


4. Proportionaliteit van de veiligheidsplanverplichting
De AMvB verplicht tot het overleggen van een volledig veiligheidsplan en een situatietekening voor ieder initiatief dat een ontheffing wil aanvragen. Dit roept de vraag op of het ministerie heeft onderzocht of een vereenvoudigd veiligheidsprofiel passend zou zijn voor kleinschalige burgerinitiatieven. Het zou waardevol zijn indien het ministerie kan toelichten welke criteria zijn gebruikt om te bepalen dat een volledige veiligheidsplanverplichting noodzakelijk is voor alle categorieën van aanvragers. Daarnaast is het relevant om te weten of er modeldocumenten of sjablonen zijn ontwikkeld om deze last te beperken, en waarom deze niet in het ontwerp zijn verankerd.


5. De grens van 200 kilogram en de beleidsmatige achtergrond daarvan
In het ontwerp wordt aangesloten bij de grens van 200 kilogram die in de professionele ontbrandingspraktijk wordt gehanteerd voor ontheffingen. Het gebruik van deze professionele grens binnen een regeling die bedoeld is voor burgerinitiatieven roept de vraag op hoe deze beleidskeuze is gemaakt. In hoeverre is vastgesteld dat aansluiting bij een professionele categorie passend is voor het doel van het amendement Bikker, dat gericht was op een alternatief voor particulier vuurwerkgebruik op de jaarwisseling? Daarnaast is van belang dat binnen de professionele praktijk 200 kilogram als een beperkte hoeveelheid wordt beschouwd. Een compounddoos kan al tien tot twintig kilogram bedragen, waardoor de beleidsmatige ruimte voor een collectief initiatief beperkt lijkt. Hoe heeft het ministerie vastgesteld dat deze grens in de context van burgerinitiatieven functioneel en realistisch is?


6. Praktische uitvoerbaarheid voor gemeenten en de rol van de burgemeester
De toepassing van de AMvB brengt een aanzienlijke uitvoeringslast met zich mee voor gemeenten. Dit roept de vraag op welke ondersteuningsmiddelen het ministerie beschikbaar stelt om gemeenten in staat te stellen aanvragen consistent, tijdig en uitvoerbaar te beoordelen. Ook is relevant hoe de uitvoeringscapaciteit is ingeschat. Zijn onderzoeken uitgevoerd naar de verwachte belasting van gemeentelijke diensten en hoe verhouden deze zich tot de eisen die in het ontwerp worden gesteld?
Daarnaast legt de AMvB de beslissingsbevoegdheid volledig bij de burgemeester, zonder landelijke toetsingscriteria of uniformerende kaders. Dit roept vragen op over hoe wordt voorkomen dat de beoordeling van ontheffingen afhankelijk wordt van de persoonlijke of politieke houding van een individuele burgemeester tegenover vuurwerk. In hoeverre is overwogen om minimumnormen, landelijke richtlijnen of inhoudelijke kaders op te nemen die een consistente toepassing kunnen waarborgen tussen gemeenten? Indien dergelijke opties niet zijn overwogen, kan het ministerie toelichten waarom niet? En indien deze opties wél zijn onderzocht maar niet zijn geïmplementeerd, op welke beleidsmatige gronden is besloten om af te zien van uniformerende criteria, gegeven het risico op ongelijke behandeling van vergelijkbare initiatieven in verschillende gemeenten?


7. Opslag, levering en terugnameverplichtingen
Het ontwerp bevat bepalingen die betrekking hebben op de terbeschikkingstelling, opslag en terugname van vuurwerk. Deze eisen sluiten nauw aan bij de professionele ontbrandingspraktijk. Dit roept de vraag op hoe het ministerie heeft beoordeeld dat deze logistieke verplichtingen uitvoerbaar zijn voor burgerinitiatieven en verenigingen die doorgaans niet beschikken over de opslag- en distributiestructuren van professionele organisaties. In hoeverre is rekening gehouden met de beperkte middelen waarover deze groepen beschikken?
Daarbij komt dat deze verplichtingen ook aanzienlijke gevolgen hebben voor erkende verkooppunten. De AMvB gaat uit van een zeer beperkt uitlevervenster van enkele uren op 31 december, terwijl onverhoopte restanten op 1 januari weer moeten worden teruggenomen. Dit roept vragen op over de financiële haalbaarheid voor winkeliers die te maken hebben met substantiële vaste kosten, zoals de periodieke keuring van bunkers, sprinklerinstallaties, veiligheidssystemen en de vergunninglast die gepaard gaat met opslag en verkoop. Hoe heeft het ministerie beoordeeld dat winkeliers bereid en in staat zullen zijn om voor zulke beperkte hoeveelheden en zulke korte logistieke tijdvakken deze investeringen te blijven dragen?
Daarnaast is het relevant te begrijpen of met de sector is gesproken over deze kostenstructuur en de economische realiteit van verkoop en terugname binnen de voorgestelde voorwaarden. Kan het ministerie toelichten welke overleggen hebben plaatsgevonden, welke scenario’s daarbij zijn besproken en of alternatieven zijn overwogen om deze verplichtingen beter in balans te brengen met de financiële en logistieke haalbaarheid voor erkende verkooppunten?


8. Verzekeringsplicht en financiële toegankelijkheid
De AMvB introduceert een verplichting tot het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering. Dit roept vragen op over de financiële toegankelijkheid van de regeling voor burgercollectieven. Kan het ministerie toelichten welke marktanalyse is uitgevoerd om vast te stellen dat dergelijke verzekeringen beschikbaar en betaalbaar zijn voor vrijwilligersgroepen en kleine verenigingen? Zonder inzicht hierin is het moeilijk te beoordelen of deze verplichting evenredig is aan de schaal en middelen van de beoogde doelgroep.
Daarnaast roept de voorgestelde systematiek vragen op over sociale gelijkheid. In het huidige systeem kan iedere particulier vuurwerk aanschaffen en afsteken binnen de wettelijke kaders, zonder afhankelijk te zijn van een organisator of vereniging. In de voorgestelde AMvB-constructie kan deelname afhankelijk worden van lidmaatschap van een vereniging, het betalen van contributie of het kunnen bijdragen aan gezamenlijke verzekerings- en organisatiekosten. Het is niet duidelijk of het ministerie heeft onderzocht in hoeverre deze financiële drempels tot uitsluiting kunnen leiden van inwoners die minder gemakkelijk kunnen deelnemen aan verenigingsstructuren of geen extra kosten kunnen dragen. Hoe heeft het ministerie deze mogelijke ongelijkheid gewogen in relatie tot de laagdrempeligheid die in het amendement werd beoogd?
Verder is het relevant te weten of alternatieve vormen van risicodekking zijn onderzocht, zoals collectieve gemeentelijke vrijwilligersverzekeringen of landelijke standaarddekking voor kleinschalige initiatieven. In hoeverre zijn deze opties overwogen en waarom zijn zij niet in het ontwerp verwerkt?


9. Samenloop met lokale regelgeving en risico op dubbele lasten
De relatie tussen de AMvB en gemeentelijke APV-bepalingen is nog niet uitgewerkt. Initiatiefnemers kunnen daardoor geconfronteerd worden met dubbele vergunningplichten of aanvullende lokale eisen. Hoe waarborgt het ministerie dat deze samenloop niet leidt tot stapeling van lasten die de toegankelijkheid van burgerinitiatieven beperkt?


10. Handhaving en naleefbaarheid
De naleefbaarheid van de regeling hangt sterk samen met de realistische uitvoerbaarheid voor burgerinitiatieven. Welke analyse heeft het ministerie uitgevoerd om te beoordelen of de omvang en complexiteit van de voorwaarden niet leiden tot ontmoediging of verschuiving naar niet-gereguleerde activiteiten? Daarnaast is het van belang te weten hoe de handhaving wordt ingericht en welke prioriteiten worden gesteld. Hoe wordt voorkomen dat gemeenten en politie geconfronteerd worden met disproportionele handhavingsdruk als gevolg van een mogelijk beperkte naleefbaarheid?


11. Communicatie, rechtszekerheid en voorspelbaarheid
De AMvB introduceert een nieuwe regeling die voor veel initiatiefnemers onbekend zal zijn. Welke communicatiestrategie wordt ingezet om te waarborgen dat burgers en verenigingen tijdig en duidelijk geïnformeerd worden over de vereisten? Daarnaast is relevant hoe het ministerie rechtszekerheid gaat bieden. Worden er modelbesluiten, uniforme aanvragen of landelijke richtlijnen gepubliceerd die inconsistentie tussen gemeenten helpen voorkomen?


12. Evaluatie en mogelijkheid tot bijstelling
Welke evaluatiecriteria zal het ministerie hanteren om te beoordelen of de regeling het beoogde doel in de praktijk daadwerkelijk bereikt? Wordt er gemonitord hoeveel aanvragen worden ingediend, hoeveel worden afgewezen en welke knelpunten zich voordoen? Daarnaast is het relevant te weten of het ministerie bereid is om de regeling binnen afzienbare tijd te herzien indien blijkt dat de uitvoering niet aansluit bij de intentie van het amendement Bikker.


Slotopmerking
Hoewel het ministerie aangeeft dat het scenario waarbij de burgemeester één of meerdere afsteeklocaties aanwijst niet is uitgewerkt vanwege het risico van grote toeloop of mogelijke ongeregeldheden, rijst de vraag hoe deze overweging zich verhoudt tot de uitwerking van het huidige voorstel. De nu voorgestelde regeling lijkt namelijk evenmin in staat om de doelen te realiseren die het amendement Bikker beoogde, omdat de combinatie van drempels, administratieve lasten en afhankelijkheid van lokale politieke voorkeuren de praktische toegankelijkheid voor burgerinitiatieven sterk beperkt.
Tegen deze achtergrond blijft het onduidelijk waarom het genoemde subscenario volledig buiten beschouwing is gelaten, terwijl dit scenario juist dichter lijkt aan te sluiten bij de geest van het amendement: het creëren van een begrijpelijke, uitvoerbare en voor burgers herkenbare manier om op gecontroleerde wijze vuurwerk af te steken, zonder de zware procedurele lasten van het huidige ontwerp. Kan het ministerie toelichten waarom het risico van toeloop en ordehandhaving in dit scenario zwaarder heeft gewogen dan de evidente belemmeringen die het huidige ontwerp opwerpt voor het realiseren van de beoogde laagdrempeligheid? En hoe beoordeelt het ministerie de proportionaliteit van deze keuze in het licht van het feit dat ook de nu uitgewerkte variant de doelen van het amendement in de praktijk mogelijk niet dichterbij brengt?
 
Zelfs al zou je er 10.000 halen,dan nog geloof ik niet dat dat verschil gaat maken.
Wat bij den haag in de kop zit,zit niet in dr kont,ofwel eenmaal iets besloten dan komen ze er nagenoeg niet meer op terug.
(en ja ik heb desondanks ,zelf ook al een reactie gedumpt daar,via de link,in de ijdele hoop dat iemand nog een portie gezond verstand terug vind daar en het voorstel,stopt)
Inderdaad. Kijk naar het kooiverbod. Ik heb wel een reactie geschreven. Maar nut heeft het niet, en dat weet ik.
 
Back
Bovenaan