IkBenHetMaar
VWC lid
LINK: https://www.omroepflevoland.nl/nieu...-nop-als-er-een-landelijk-vuurwerkverbod-komt
Wat hier in de Noordoostpolder wordt gezegd, is veelzeggender dan het op het eerste gezicht lijkt.
De gemeente geeft aan dat als er een landelijk vuurwerkverbod komt, er géén lokale vuurwerkshows worden georganiseerd. Geen alternatief. Geen vervangend ritueel. Gewoon: niets.
Dat is interessant, omdat in het landelijke debat juist vaak wordt gesuggereerd dat centrale vuurwerkshows een logisch en veilig alternatief zijn voor consumentenvuurwerk. Dit artikel laat zien dat die aanname in de praktijk helemaal niet vanzelfsprekend is.
Een landelijk verbod wordt vaak gepresenteerd als een relatief eenvoudige maatregel: je haalt het vuurwerk weg bij de burger en organiseert iets centraal. Maar lokaal bestuur blijkt daar heel anders tegenaan te kijken.
Gemeenten moeten namelijk zelf afwegen: kosten, veiligheid, handhaafbaarheid, verantwoordelijkheid, draagvlak, en hier zegt een gemeente dus expliciet: wij doen het niet. Dat legt een belangrijk punt bloot dat in het debat structureel onderbelicht blijft: een vuurwerkverbod verandert niet alleen een regel, maar verandert een ritueel. En rituelen kun je niet zomaar wegregelen zonder iets terug te organiseren.
Tot nu toe ging de discussie vooral over: overlast, incidenten, schade.
Maar dit artikel gaat over iets anders: wat gebeurt er met Oud & Nieuw als er niets voor in de plaats komt?, wat doet dat met sociale samenhang?, wat betekent dat voor kleine gemeenschappen, buurten, dorpen?.
Als zelfs gemeenten die relatief overzichtelijk zijn, besluiten géén alternatief te bieden, dan valt een belangrijk argument onder het verbod weg: het idee dat “de feestvreugde wel ergens anders wordt opgevangen”. Blijkbaar niet.
Daarmee wordt ook zichtbaar dat een landelijk verbod lokaal heel verschillend uitpakt. In de ene gemeente misschien een show, in de andere niets. Dat betekent dat burgers in de praktijk met een ongelijk speelveld te maken krijgen, afhankelijk van waar ze wonen.
Dat is niet alleen een sociaal punt, maar ook een bestuurlijk vraagstuk: hoe uniform is zo’n maatregel werkelijk?, hoe voorspelbaar is de uitkomst voor burgers?,
en hoe verhoudt dit zich tot rechtszekerheid en proportionaliteit?
Wat hier zichtbaar wordt, is dat het vuurwerkverbod vaak wordt besproken als eindpunt, terwijl het in werkelijkheid pas het begin is van een reeks lokale afwegingen en consequenties. En die consequenties worden nu pas langzaam zichtbaar.
Dit artikel laat zien dat een verbod niet automatisch leidt tot “iets beters”, maar ook kan leiden tot leegte. Geen vuurwerk, geen show, geen alternatief. Alleen stilte.
Dat hoeft geen waardeoordeel te zijn, maar het is wél een beleidskeuze. En die keuze verdient het om expliciet besproken te worden, in plaats van impliciet te worden aangenomen.
Wat hier in de Noordoostpolder wordt gezegd, is veelzeggender dan het op het eerste gezicht lijkt.
De gemeente geeft aan dat als er een landelijk vuurwerkverbod komt, er géén lokale vuurwerkshows worden georganiseerd. Geen alternatief. Geen vervangend ritueel. Gewoon: niets.
Dat is interessant, omdat in het landelijke debat juist vaak wordt gesuggereerd dat centrale vuurwerkshows een logisch en veilig alternatief zijn voor consumentenvuurwerk. Dit artikel laat zien dat die aanname in de praktijk helemaal niet vanzelfsprekend is.
Een landelijk verbod wordt vaak gepresenteerd als een relatief eenvoudige maatregel: je haalt het vuurwerk weg bij de burger en organiseert iets centraal. Maar lokaal bestuur blijkt daar heel anders tegenaan te kijken.
Gemeenten moeten namelijk zelf afwegen: kosten, veiligheid, handhaafbaarheid, verantwoordelijkheid, draagvlak, en hier zegt een gemeente dus expliciet: wij doen het niet. Dat legt een belangrijk punt bloot dat in het debat structureel onderbelicht blijft: een vuurwerkverbod verandert niet alleen een regel, maar verandert een ritueel. En rituelen kun je niet zomaar wegregelen zonder iets terug te organiseren.
Tot nu toe ging de discussie vooral over: overlast, incidenten, schade.
Maar dit artikel gaat over iets anders: wat gebeurt er met Oud & Nieuw als er niets voor in de plaats komt?, wat doet dat met sociale samenhang?, wat betekent dat voor kleine gemeenschappen, buurten, dorpen?.
Als zelfs gemeenten die relatief overzichtelijk zijn, besluiten géén alternatief te bieden, dan valt een belangrijk argument onder het verbod weg: het idee dat “de feestvreugde wel ergens anders wordt opgevangen”. Blijkbaar niet.
Daarmee wordt ook zichtbaar dat een landelijk verbod lokaal heel verschillend uitpakt. In de ene gemeente misschien een show, in de andere niets. Dat betekent dat burgers in de praktijk met een ongelijk speelveld te maken krijgen, afhankelijk van waar ze wonen.
Dat is niet alleen een sociaal punt, maar ook een bestuurlijk vraagstuk: hoe uniform is zo’n maatregel werkelijk?, hoe voorspelbaar is de uitkomst voor burgers?,
en hoe verhoudt dit zich tot rechtszekerheid en proportionaliteit?
Wat hier zichtbaar wordt, is dat het vuurwerkverbod vaak wordt besproken als eindpunt, terwijl het in werkelijkheid pas het begin is van een reeks lokale afwegingen en consequenties. En die consequenties worden nu pas langzaam zichtbaar.
Dit artikel laat zien dat een verbod niet automatisch leidt tot “iets beters”, maar ook kan leiden tot leegte. Geen vuurwerk, geen show, geen alternatief. Alleen stilte.
Dat hoeft geen waardeoordeel te zijn, maar het is wél een beleidskeuze. En die keuze verdient het om expliciet besproken te worden, in plaats van impliciet te worden aangenomen.