davidh
VWC Meteoroloog
Emoties groot onder vuurwerkhandelaren: ‘Allemaal spul uit het buitenland gaat straks de lucht in’
Hij mist het nu al, zegt Peter van Hooijdonk. Tientallen jaren zat zijn familie in de vuurwerkhandel. „Hele gezinnen kwamen elke december met vele generaties.” Dat is nu weg. Knallen gaat het wel, maar dan anders: „Ik doe mee met het aanvechten van de te lage compensatie.”Yolanda Sjoukes
3 november 2026, 15:33
Deze dinsdagochtend zit Van Hooijdonk, net als veel Nederlandse vuurwerkhandelaren, achter zijn laptop. Om 09.00 uur gaat het digitale loket open op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, waar vuurwerkverkopers compensatie kunnen vragen.
„Alle facturen en nota’s van één jaar inscannen, dat gaat me tijd kosten”, zucht Van Hooijdonk. Hij weet nu al dat de vergoeding te weinig zal zijn voor de schade, zegt hij. Daarom heeft de ondernemer uit Bergen op Zoom zich aangesloten bij een nieuwe landelijke club van vuurwerkhandelaren, Renco.
Met het geld dat hij en inmiddels 124 anderen inleggen, gaat Renco de in hun ogen te lage compensatie aanvechten. „We voelen ons in onze zak gescheten”, zegt Renco-woordvoerder Cees van der Horst.
Van der Horst zit ruim veertig jaar in de vuurwerkhandel in Breda. Hij heeft een grote zaak, met drie indrukwekkende vuurwerkbunkers. De grootste daarvan is nu gevuld met carnavalskleding.
De Bredase vuurwerkhandelaar Cees van der Horst in één van zijn drie vuurwerkbunkers, die nu gevuld is met carnavalskleding. © Joris Knapen/Pix4Profs
In de twee kleinere bunkers staat nog wel vuurwerk. Hij bewaarde dat voor georganiseerde vuurwerkinitiatieven. „Maar er is geen burgemeester die dat goedkeurt.” Het spul dat nu nog bij hem en veel andere handelaren ligt, wordt straks voor niets of een habbekrats afgevoerd, zegt hij.
Niet te verkroppen
Dat doet pijn. Dat er tóch vuurwerk de lucht in gaat tijdens deze jaarwisseling, zoals ook gemeenten en politiediensten erkennen, is voor handelaren zoals Van der Horst niet te verkroppen. „Allemaal spul dat dus in het buitenland is gekocht.”Van der Horst toont een indrukwekkende waterinstallatie in zijn bedrijf. Hij heeft in de loop der jaren voor tonnen geïnvesteerd om aan de steeds veranderende veiligheidseisen van de overheid te kunnen voldoen, zegt hij.
De speciale waterinstallatie, aangelegd vanwege de vuurwerkhandel, bij het bedrijf van Van der Horst in Breda. © Joris Knapen/Pix4Profs
„In de veertig jaar dat ik in vuurwerk handel, moesten we steeds weer nieuwe zaken aanbrengen. Bunkers, brandwerende maatregelen, een waterinstallatie met veel druk. Ik heb vanwege al die eisen die er steeds bij kwamen, voor tonnen geïnvesteerd.”
Dat zit allemaal niet in de compensatieregeling, zegt Van der Horst. De pijn is niet alleen financieel. Naarmate de jaarwisseling nadert, nemen de emoties toe bij de branche.
Zure momenten
Van Hooijdonk uit Bergen op Zoom: „Die berichten dat ze dat niet kunnen handhaven doen pijn. Het is gewoon zuur om dat te lezen. De echt zure momenten komen met oud en nieuw, als we van alles de lucht in zien gaan dat ik ook had kunnen verkopen.”Wat gaat Van Hooijdonk zelf doen met oud en nieuw? „Gewoon met familie en vrienden.” Met knalerwtjes, die nog wel mogen? „Mmm”, zegt hij. „Ik denk dat ik maar sterretjes ga kijken.”
Bart PoppelaarsHet ergste vind ik dat ons bedrijf om zeep is geholpen
Ook een andere grote speler in Breda, Bart Poppelaars, voelt de pijn. Niet alleen hij, benadrukt Poppelaars. „We nemen in deze periode altijd extra mensen in dienst. Nu dus niet.”
Het ergste vindt hij dat zijn bedrijf om zeep is geholpen. „En dat wordt echt niet voldoende gecompenseerd.” Ook hij heeft zich aangesloten bij het landelijke initiatief.
Wat Poppelaars ook pijn doet: „Ik zei vorig jaar al: ze kunnen dit vuurwerkverbod nooit handhaven. En nu zeggen ze dat zelf ook. Maar die handhaving was wel een van de voorwaarden voor het verbod. Een andere voorwaarde was een voldoende compensatie, maar die krijgen we dus ook niet. Mijn vertrouwen in de politiek is wel afgenomen.”
Bart (rechts) en zijn zoon Stefan Poppelaars vorig jaar in hun vuurwerkwinkel: „Voor het eerst in 33 jaar kunnen we niets.” © Joyce van Belkom/Pix4Profs
Ook Poppelaars ervaart het gemis van de klanten die tientallen jaren kwamen, maar nu niet meer. De kick van het samen knallen in de zaak in december is iets dat hele generaties vuurwerkhandelaren met elkaar verbond. „Mijn kinderen zaten hier ook allemaal in. Die vuurwerkhandel zat in ons hele leven.”
Van zijn vuurwerkbunkers heeft Poppelaars nog geen afscheid kunnen nemen. „We hebben ze begin dit jaar toch nog laten keuren.” Tevergeefs. Poppelaars: „Voor het eerst in 33 jaar kunnen we niets. Terwijl we het vuurwerk straks gewoon de lucht in zien gaan.”