Fegefeuer
VWC lid
Ze zijn nog aan het tellen, maar in de bunkers van Nederlandse vuurwerkhandelaren ligt nog minstens 150.000 kilo vuurwerk, schat de belangenvereniging van vuurwerkverkopers. Een groot deel belandt waarschijnlijk bij verkooppunten in België en Duitsland. „Zul je zien dat Nederlanders het daar gaan kopen.”
Nu dit jaar het afsteekverbod voor consumenten ingaat, is de vraag: wat gebeurt er met de vuurwerkberg die is overgebleven? Zoals de dozen in de bunker van de familie Van Hooijdonk uit Bergen op Zoom. Drie generaties lang hebben ze het rond de jaarwisseling verkocht, vertelt Peter van Hooijdonk. „We hebben ook klanten die drie generaties teruggaan.”
De laatste vuurwerkverkoopdag was dus best even emotioneel, zegt hij. „We zijn een van de oudste vuurwerkverkooppunten. Het zit in ons bloed. Het was heel druk die laatste dag. Ik denk daarom dat de echte klap nog moet komen. Dat eind dit jaar pas echt tot ons doordringt dat we geen vuurwerk meer kunnen verkopen.”
Zijn overgebleven voorraad wordt binnenkort voor de laatste keer opgehaald door de importeur, vertelt Van Hooijdonk. „Die gaat het dan verkopen aan winkels in Duitsland, België en Frankrijk. De Nederlandse consument die het daar gaat halen, steekt het straks gewoon weer hier af.”
Eén van de grootste importeurs van Nederland is Leo Groeneveld van Lesli.nl uit Lichtenvoorde. „Er is afgesproken dat de importeurs terugnemen wat is overgebleven”, zegt hij. „Het voordeel is dat het dan straks niet op achthonderd plekken ligt maar op tien.”
Wat doen de importeurs ermee? Groeneveld: „Je kunt proberen dat in het buitenland te slijten. Je kunt hopen dat je wat aan verenigingen kunt verkopen die het straks wel mogen afsteken, of aan evenementenbedrijven. En in het ergste geval moet je het laten vernietigen.”
Groeneveld verwacht dat het meeste vuurwerk uiteindelijk elders in Europa terechtkomt en vanuit daar zal worden verkocht. „Het verdriet daarover bij de Nederlandse handelaren kan ik me ook goed voorstellen. Ik zit zelf vlakbij de Duitse grens.”
„De Belgen lachen straks in hun vuistje”, sombert ook Bart Pronk, handelaar uit het Noord-Hollandse Sint Maarten en voorman van de SVNC (Stichting Vuurwerkdealers Nederlandse Consumentenvuurwerk). „Dan wordt je handel straks voor een habbekrats verkocht aan Belgen en de Duitsers. Die verkopen het vervolgens met winst terug aan de Nederlanders.”
Naast het verdriet van de handelaren over hun vuurwerk dat naar het buitenland zal gaan, steekt ook de onduidelijkheid over hun compensatie. Er staat een gesprek met staatssecretaris Thierry Aartsen in de planning en ook op ambtelijk niveau vinden gesprekken plaats. „Maar er is nog niets duidelijk. Het gaat niet snel”, constateert Frans Köhler van Vuurwerkcheck, de belangenvereniging van vuurwerkverkopers.
Hij hoort over winkeliers die denken dat hun zaak het vuurwerkverbod niet overleeft. „Er gaan ontslagen vallen. Dat is zeker. Een fietsenmaker die het erbij doet zal het wel overleven. Maar voor seizoenszaken zoals campingwinkels en tuinmeubelwinkels kan dat een stuk moeilijker worden.”
Er zijn ook handelaren die hun overgebleven voorraad bewaren in hun bunker, weet Köhler, in de hoop die aan verenigingen te kunnen slijten die het wél mogen afsteken. „Maar ook daarover is nog veel onduidelijk.”
Wrang genoeg was dit jaar zijn beste vuurwerkverkoopjaar ooit. „We zaten 40 procent boven ons oude verkooprecord.” Er waren tranen, de laatste verkoopdag. En klanten die zeiden niet te zullen wijken. „Ze vinden het jammer voor ons maar ze zeggen: onze traditie blijft bestaan en dan halen we het 20 kilometer verderop over de grens.”
Wat Poppelaars vooral steekt: „De problemen rond de jaarwisseling worden met dit verbod niet opgelost. Die komen helemaal niet van die sierpotjes die wij verkochten. Dat komt door raddraaiers die illegaal vuurwerk kopen en het gezag voor de politie dat weg is. Dát is het echte probleem.”
www.gelderlander.nl
Nu dit jaar het afsteekverbod voor consumenten ingaat, is de vraag: wat gebeurt er met de vuurwerkberg die is overgebleven? Zoals de dozen in de bunker van de familie Van Hooijdonk uit Bergen op Zoom. Drie generaties lang hebben ze het rond de jaarwisseling verkocht, vertelt Peter van Hooijdonk. „We hebben ook klanten die drie generaties teruggaan.”
De laatste vuurwerkverkoopdag was dus best even emotioneel, zegt hij. „We zijn een van de oudste vuurwerkverkooppunten. Het zit in ons bloed. Het was heel druk die laatste dag. Ik denk daarom dat de echte klap nog moet komen. Dat eind dit jaar pas echt tot ons doordringt dat we geen vuurwerk meer kunnen verkopen.”
Zijn overgebleven voorraad wordt binnenkort voor de laatste keer opgehaald door de importeur, vertelt Van Hooijdonk. „Die gaat het dan verkopen aan winkels in Duitsland, België en Frankrijk. De Nederlandse consument die het daar gaat halen, steekt het straks gewoon weer hier af.”
Eén van de grootste importeurs van Nederland is Leo Groeneveld van Lesli.nl uit Lichtenvoorde. „Er is afgesproken dat de importeurs terugnemen wat is overgebleven”, zegt hij. „Het voordeel is dat het dan straks niet op achthonderd plekken ligt maar op tien.”
Wat doen de importeurs ermee? Groeneveld: „Je kunt proberen dat in het buitenland te slijten. Je kunt hopen dat je wat aan verenigingen kunt verkopen die het straks wel mogen afsteken, of aan evenementenbedrijven. En in het ergste geval moet je het laten vernietigen.”
Pure kapitaalsvernietiging
Daarvoor is een verbrandingsoven in Polen gevonden, vertelt Groeneveld. „Maar dat is het laatste wat je wil. Het is erg kostbaar. De afspraak is wel dat die kosten geclaimd kunnen worden maar dat is natuurlijk pure kapitaalsvernietiging.”Groeneveld verwacht dat het meeste vuurwerk uiteindelijk elders in Europa terechtkomt en vanuit daar zal worden verkocht. „Het verdriet daarover bij de Nederlandse handelaren kan ik me ook goed voorstellen. Ik zit zelf vlakbij de Duitse grens.”
„De Belgen lachen straks in hun vuistje”, sombert ook Bart Pronk, handelaar uit het Noord-Hollandse Sint Maarten en voorman van de SVNC (Stichting Vuurwerkdealers Nederlandse Consumentenvuurwerk). „Dan wordt je handel straks voor een habbekrats verkocht aan Belgen en de Duitsers. Die verkopen het vervolgens met winst terug aan de Nederlanders.”
Nog niets duidelijk
De verwachting is, zegt Pronk, dat een flink aantal winkeliers eraan onderdoor gaat. Voor velen was de vuurwerkverkoop dé manier om hun winterdip te overleven. Ook voor hem - hij runt een hengelsportwinkel. Dat kan zomaar 10 tot 30 procent van je jaaromzet schelen. „Niet iedereen kan dat opvangen. Dus ik verwacht zeker dat zaken failliet gaan.”Naast het verdriet van de handelaren over hun vuurwerk dat naar het buitenland zal gaan, steekt ook de onduidelijkheid over hun compensatie. Er staat een gesprek met staatssecretaris Thierry Aartsen in de planning en ook op ambtelijk niveau vinden gesprekken plaats. „Maar er is nog niets duidelijk. Het gaat niet snel”, constateert Frans Köhler van Vuurwerkcheck, de belangenvereniging van vuurwerkverkopers.
Bewaren in een bunker
Zeker is dat bijna alle handelaren erbij inschieten, als hun vuurwerk terug gaat naar importeurs zoals Groeneveld. Köhler: „Voor de een zijn de afspraken met de importeur gunstiger dan voor de ander. Er zijn uitzonderingen, maar bijna iedereen verliest er wel op. Als er duizend dozen terug moeten en het transport kost 7,50 euro per doos, heb je al een flinke schadepost.”Hij hoort over winkeliers die denken dat hun zaak het vuurwerkverbod niet overleeft. „Er gaan ontslagen vallen. Dat is zeker. Een fietsenmaker die het erbij doet zal het wel overleven. Maar voor seizoenszaken zoals campingwinkels en tuinmeubelwinkels kan dat een stuk moeilijker worden.”
Er zijn ook handelaren die hun overgebleven voorraad bewaren in hun bunker, weet Köhler, in de hoop die aan verenigingen te kunnen slijten die het wél mogen afsteken. „Maar ook daarover is nog veel onduidelijk.”
Verkooprecord
Het gaat niet alleen om de omzet die de komende jaren wegvalt, zegt Bredanaar Bart Poppelaars, een van de grotere vuurwerkhandelaren in de provincie Noord-Brabant. „We zitten ook nog allemaal met vuurwerkbunkers waar we flink in geïnvesteerd hebben. Wat moeten we daarmee? Kost een hoop geld om te verbouwen.”Wrang genoeg was dit jaar zijn beste vuurwerkverkoopjaar ooit. „We zaten 40 procent boven ons oude verkooprecord.” Er waren tranen, de laatste verkoopdag. En klanten die zeiden niet te zullen wijken. „Ze vinden het jammer voor ons maar ze zeggen: onze traditie blijft bestaan en dan halen we het 20 kilometer verderop over de grens.”
Wat Poppelaars vooral steekt: „De problemen rond de jaarwisseling worden met dit verbod niet opgelost. Die komen helemaal niet van die sierpotjes die wij verkochten. Dat komt door raddraaiers die illegaal vuurwerk kopen en het gezag voor de politie dat weg is. Dát is het echte probleem.”
Die 150.000 kilo aan niet-verkocht vuurwerk wordt straks gewoon aan Nederlanders verkocht, vrezen handelaren
Ze zijn nog aan het tellen, maar in de bunkers van Nederlandse vuurwerkhandelaren ligt nog minstens 150.000 kilo vuurwerk, schat de belangenvereniging van vuurwerkverkopers. Een groot deel belandt waarschijnlijk bij verkooppunten in België en Duitsland. „Zul je zien dat Nederlanders het daar...

